Leestijd: ± 3 minuten
Eerst was er ongeloof. Daarna volgde nieuwsgierigheid. En vervolgens kwam de onvermijdelijke vraag: wat betekent generatieve artificiële intelligentie voor het onderwijs?
Sinds de lancering van ChatGPT eind 2022 worden leerkrachten geconfronteerd met een technologie die teksten schrijft, vragen beantwoordt, oefeningen genereert en gesprekken voert in vrijwel elke taal. Vooral in het taalonderwijs lijkt de impact groot. Als een chatbot grammatica uitlegt, teksten schrijft en gesprekken simuleert, welke rol blijft er dan nog over voor de taalleerkracht?
Deze masterproef onderzocht hoe taalleerkrachten in het volwassenenonderwijs vandaag omgaan met generatieve AI (GenAI). De studie focuste op het Centrum voor Volwassenenonderwijs (CVO) en brengt een genuanceerd beeld naar voren. De technologie wordt steeds vaker gebruikt en biedt duidelijke voordelen, maar de menselijke leerkracht blijkt voorlopig nog onvervangbaar.
Een technologie die sneller kwam dan verwacht
De opkomst van generatieve AI verloopt uitzonderlijk snel. Waar eerdere onderwijsinnovaties vaak jarenlang nodig hadden om door te dringen tot de klaspraktijk, verschenen toepassingen zoals ChatGPT vrijwel onmiddellijk op de radar van leerkrachten en cursisten.
Voor taalonderwijs lijkt dat logisch. Grote taalmodellen zijn immers ontworpen om met taal te werken:
- teksten genereren;
- samenvatten;
- vertalen;
- dialogen voeren;
- vragen beantwoorden;
- schrijfstijlen aanpassen.
Dat roept fundamentele vragen op. Niet alleen over lesvoorbereiding, maar ook over evaluatie, leerprocessen en de toekomstige rol van leerkrachten.
Wat hebben leerkrachten nodig?
De studie maakt duidelijk dat veel leerkrachten zeker bereid zijn om AI verder te verkennen. Wat hen vandaag vooral ontbreekt, is ondersteuning.
De deelnemers formuleren verschillende concrete aanbevelingen:
- meer experimentatiemomenten;
- uitwisseling van goede praktijken;
- gezamenlijke promptbibliotheken;
- interne experten die ontwikkelingen opvolgen;
- een professionele leergemeenschap rond AI.
Opvallend is dat leerkrachten vooral van elkaar willen leren. De technologie evolueert zo snel dat collectief leren als een noodzakelijke strategie wordt gezien.
Een verrassende conclusie
Wie verwachtte dat deze studie zou uitmonden in een doemscenario voor taalleerkrachten, komt bedrogen uit.
De onderzoekers stellen vast dat AI momenteel vooral een ondersteunende rol speelt. Ze versnelt bepaalde taken, biedt inspiratie en maakt nieuwe werkvormen mogelijk. Maar de kern van goed taalonderwijs blijft volgens de deelnemers menselijk.
Leerkrachten bepalen nog steeds:
- welke leerdoelen centraal staan;
- welke werkvormen passend zijn;
- hoe feedback wordt gegeven;
- welke ondersteuning cursisten nodig hebben.
AI blijkt dus minder een vervanger dan een assistent.
Tot slot: de vraag is niet óf AI komt, maar hoe we ermee omgaan
Deze masterproef toont dat generatieve AI ook in het volwassenenonderwijs een blijver lijkt. De technologie helpt leerkrachten tijd besparen, nieuwe ideeën ontwikkelen en lesmateriaal creëren. Tegelijk blijft voorzichtigheid nodig door de beperkte betrouwbaarheid en het risico op oppervlakkig leren.
Misschien is de belangrijkste les wel dat de discussie niet langer gaat over het toelaten of verbieden van AI.
De echte uitdaging is een andere: hoe zorgen we ervoor dat AI het leerproces versterkt zonder de menselijke expertise, creativiteit en pedagogische relatie uit het onderwijs weg te drukken?
Meer weten?
Wil je de volledige onderzoeksresultaten, focusgesprekken en aanbevelingen raadplegen?
👉 Lees dan de masterproef “AI in Education – ChatGPT zet de taalleerkracht (nog niet) buitenspel” van Julie Simoens, Katrien Sterckx en Nele Libbrecht. De studie biedt een unieke inkijk in hoe taalleerkrachten in het volwassenenonderwijs vandaag omgaan met generatieve AI en welke kansen én uitdagingen zij daarbij ervaren.