Leestijd: 4 min.
Hoe help je leerlingen om zélf hun leren in handen te nemen? Vier scholen tonen dat het kan met een duidelijke visie, expliciete strategieën en vooral: een gedeelde taal. Wat betekent dat concreet voor jouw klas?
Leerlingen leren leren: van losse initiatieven naar een gedragen aanpak.
Zelfregulerend leren (ZRL) is geen modewoord. Het is een sleutelvaardigheid voor het leven: leerlingen die hun eigen leerproces kunnen plannen, opvolgen en bijsturen, hebben meer kansen op succes op school én daarbuiten. Deze masterproef zoomt in op hoe scholen dat concreet kunnen aanpakken, bekeken door de bril van schoolleiding, leerkrachten en leerlingen zelf.
Waar ging het onderzoek over en waarom is het belangrijk?
Het onderzoek focust op het versterken van zelfregulerende vaardigheden bij secundaire leerlingen, met nadruk op de voorbereidende fase: doelen stellen, plannen en motivatie. Deze focus is niet toevallig gekozen, want net in die eerste fase van het leerproces leggen leerlingen de basis voor hoe ze hun leren aanpakken en volhouden.
Dat dit zo cruciaal is, blijkt uit verschillende inzichten. Zelfregulatie hangt samen met betere schoolprestaties, meer motivatie en grotere slaagkansen, omdat leerlingen die hun leerproces kunnen sturen doelgerichter en efficiënter werken. Daarnaast helpt het ook om onderwijsongelijkheid te verkleinen, aangezien niet elke leerling deze vaardigheden van thuis uit meekrijgt en school dus een belangrijke compenserende rol speelt. Tot slot is zelfregulerend leren uitgegroeid tot een echte 21e-eeuwse vaardigheid die leerlingen nodig hebben om zich blijvend te ontwikkelen, zowel in het kader van levenslang leren als in functie van hun latere plek op de arbeidsmarkt
Het onderzoek gebeurde via een mixed-method multiple case study in vier scholen in Vlaanderen en Brussel, met interviews, enquêtes en focusgroepen.
Welk wetenschappelijk kader werd gebruikt?
Het onderzoek vertrekt vanuit sterke theoretische fundamenten, met als rode draad: zelfregulerend leren als cyclisch proces.
Belangrijke modellen en inzichten:
-
Zimmerman: leren verloopt in drie fasen: voorbereiding, uitvoering en reflectie.
-
Bandura: gedrag wordt gestuurd door cognitieve processen (sociale leertheorie).
-
Self-efficacy (Schunk): vertrouwen in eigen kunnen bepaalt motivatie en inzet.
-
Peeters (2022): ZRL als een samenspel van gedrag, denken, emoties en motivatie.
Waarom past dit kader?
Omdat het ZRL niet reduceert tot ‘leren plannen’, maar het benadert als een breed en dynamisch proces waarin cognitieve, metacognitieve én motivationele factoren samenkomen.
Wat kwam eruit?
De kern: Zonder samenhang geen impact.
Vanuit de schoolleiding
-
Scholen erkennen het belang van ZRL, maar worstelen met een duidelijke en haalbare visie.
-
Te veel verschillende modellen leiden tot versnippering.
-
Scholen die kiezen voor één duidelijke aanpak en gedeelde taal, boeken meer vooruitgang.
Vanuit leerkrachten
-
Leerkrachten geloven in ZRL, maar:
-
werken vaak los van elkaar
-
missen concrete handvatten en coördinatie
-
ZRL wordt soms verward met zelfstandig werken, terwijl expliciete instructie net cruciaal is.
Vanuit leerlingen
-
Ongeveer de helft plant en stelt doelen.
-
Motivatie komt vooral van:
-
interne druk
-
nut van schoolwerk
-
Leerlingen kunnen strategieën moeilijk benoemen, tenzij ze expliciet worden aangeleerd.
Doorbraakfactor
Scholen die inzetten op:
-
expliciete strategie-instructie
-
teamprofessionalisering
-
een gemeenschappelijke taal
… slagen erin om ZRL breed en duurzaam te verankeren.
Wat betekent dit voor jouw klaspraktijk?
Dit onderzoek vertaalt zich in concrete, haalbare inzichten voor de klasvloer:
1. Maak strategieën expliciet
Leer leerlingen niet alleen wat ze moeten doen, maar ook hoe:
-
doelen formuleren
-
plannen maken
-
leerstrategieën kiezen
👉 Denk hardop, modelleer, benoem je aanpak.
2. Werk samen als team
ZRL werkt pas echt als:
-
collega’s dezelfde taal spreken
-
strategieën over vakken heen terugkomen
👉 Kleine afspraken maken al een groot verschil.
3. Begin eenvoudig en duidelijk
Kies als school (of vakgroep):
-
een beperkte set strategieën
-
die je consequent inoefent
👉 Less is more.
4. Verbind met motivatie
Laat leerlingen:
-
het nut zien van opdrachten
-
succeservaringen opdoen
👉 Motivatie groeit wanneer leerlingen voelen: “ik kan dit”.
5. Blijf ondersteunen
ZRL ≠ leerlingen loslaten.
-
Start met expliciete instructie
-
Bouw geleidelijk af
👉 Autonomie groeit stap voor stap.
Tot slot
Zelfregulerend leren vraagt geen extra vak, maar een bewuste didactische keuze. Met een heldere visie, expliciete instructie en samenwerking maakt elke school het verschil.
En jij? Welke eerste kleine stap zet jij morgen in jouw klas om leerlingen meer eigenaar te maken van hun leren?
Meer weten?
Lees hier de voledige masterproef: