Hoe EU-geletterd zijn leerkrachten eigenlijk? Een vergeten schakel in burgerschapsonderwijs

Vanaf zestien jaar mogen jongeren in België stemmen voor het Europees Parlement. Daarmee krijgen scholen er een belangrijke opdracht bij: leerlingen voorbereiden op democratische participatie.

 

Maar hoe goed kennen leerkrachten zelf de Europese Unie? Voelen ze zich voldoende bekwaam om over Europese democratie, instellingen en burgerschap les te geven? En beschikken ze over het nodige materiaal om dat op een toegankelijke manier te doen?

 

Deze masterproef onderzoekt precies die vragen. In een Brusselse secundaire school werd nagegaan hoe leerkrachten hun eigen kennis over de Europese Unie inschatten, hoe sterk die kennis effectief is en welke ondersteuning zij nodig hebben om Europese thema's in hun lessen aan bod te laten komen. De resultaten tonen een opvallend spanningsveld: veel leerkrachten zien het belang van Europa in, maar voelen zich niet noodzakelijk uitgerust om er les over te geven. 

Europa is dichterbij het klaslokaal dan we denken

De aanleiding voor het onderzoek ligt in een maatschappelijke ontwikkeling die vaak weinig aandacht krijgt. Sinds de hervormingen van het stemrecht kunnen ook zestien- en zeventienjarigen deelnemen aan de Europese verkiezingen. Dat vergroot het belang van onderwijs als plaats waar jongeren leren omgaan met democratie en burgerschap.

 

De onderzoeker vertrekt vanuit de vaststelling dat niet elke leerling thuis dezelfde democratische bagage meekrijgt. In de onderzochte school groeit een groot deel van de leerlingen op in gezinnen waarvan minstens één ouder afkomstig is uit landen met minder sterke democratische tradities. Daardoor kan de rol van de school als oefenplaats voor democratisch burgerschap nog belangrijker worden.

 

Tegelijk moedigt de Europese Unie lidstaten expliciet aan om aandacht te besteden aan:

  • democratische waarden;
  • Europese integratie;
  • burgerschap;
  • inzicht in Europese instellingen;
  • actieve participatie aan democratische processen.

 

Dat roept een logische vraag op: zijn leerkrachten voldoende voorbereid om die opdracht op te nemen?

Wat betekent "EU-geletterdheid"?

Een eerste uitdaging blijkt meteen de definitie zelf te zijn. Er bestaat geen algemeen aanvaarde omschrijving van het begrip EU-geletterdheid. Daarom ontwikkelde de onderzoeker een eigen werkdefinitie, gebaseerd op wat de Europese Unie zelf als essentiële kennis beschouwt. Daarbij gaat het onder meer over:

  • de geschiedenis van de Europese integratie;
  • de werking van Europese instellingen;
  • Europese waarden;
  • democratische processen binnen de EU;
  • de invloed van Europa op het dagelijkse leven van burgers.  

Europa komt vooral toevallig in de les terecht

De analyse van de antwoorden van de leerkrachten toont dat Europese thema's meestal geen structurele plaats hebben in het onderwijsaanbod. Sommige leerkrachten behandelen de Europese Unie vanuit leerplandoelen rond maatschappelijke vorming of democratie. Maar voor veel collega's gebeurt dit slechts:

  • naar aanleiding van actualiteit;
  • wanneer leerlingen vragen stellen;
  • of wanneer een persoonlijke interesse meespeelt.

 

Bijna een derde van de deelnemers geeft aan geen Europese thema's in de lessen te integreren. Daarnaast blijkt dat veel leerkrachten geen duidelijke leerplandoelen zien die hen stimuleren om rond Europa te werken.

De studie suggereert daarom dat de aanwezigheid van Europese onderwerpen vandaag sterk afhankelijk is van individuele keuzes van leerkrachten.

 

Er is materiaal, maar leerkrachten kennen het niet

Misschien wel de meest praktische conclusie uit het onderzoek is dat er geen absoluut tekort aan materiaal bestaat. De Europese Unie biedt verschillende lespakketten, websites, leerhoeken en educatieve hulpmiddelen aan. Toch blijken veel leerkrachten daarvan nauwelijks op de hoogte.

 

Wanneer gevraagd wordt welke ondersteuning zij wensen, formuleren deelnemers opvallend gelijkaardige antwoorden.

Ze vragen:

  • toegankelijke digitale informatie;
  • kant-en-klaar lesmateriaal;
  • concrete lespakketten;
  • vormingen en nascholingen;
  • presentaties door experten;
  • praktijkgerichte ondersteuning.

 

De behoefte lijkt dus minder te gaan over méér informatie, maar vooral over beter vindbare en bruikbare informatie.

De echte uitdaging: een gedeelde visie ontbreekt

Doorheen het onderzoek keert één thema voortdurend terug. Niet zozeer kennis vormt het grootste probleem, maar het ontbreken van een gedeelde visie. De onderzoeker stelt vast dat er binnen vakgroepen en schoolteams weinig gezamenlijk nadenken gebeurt over de vraag hoe Europa een plaats krijgt in onderwijs.

 

Europese thema's verschijnen daardoor vaak versnipperd:

  • afhankelijk van de actualiteit;
  • afhankelijk van individuele interesses;
  • zonder afstemming tussen collega's;
  • zonder duidelijke schoolvisie.

 

Nochtans toont onderzoek naar collective teacher efficacy aan dat gedeelde overtuigingen binnen een schoolteam een belangrijke invloed kunnen hebben op het leren van leerlingen.

vitaly gariev 1oefhxwrgP4 unsplash

Wat kunnen scholen hiervan leren?

Deze masterproef leidt niet tot een pleidooi voor een nieuw vak "Europa". Wel suggereert ze enkele duidelijke aandachtspunten.

 

Scholen kunnen:

  • explicieter nadenken over de plaats van Europese thema's;
  • bestaande leermaterialen beter ontsluiten;
  • professionalisering rond Europese democratie aanbieden;
  • vakoverschrijdend samenwerken;
  • actuele gebeurtenissen gebruiken als aanleiding voor burgerschapsvorming;
  • een gezamenlijke visie ontwikkelen op Europese en democratische geletterdheid.

Volgens de onderzoeker hebben leerkrachten vooral nood aan houvast, duidelijkheid en bruikbaar materiaal.

 

Tot slot: kunnen we leerlingen Europese burgers maken zonder zelf EU-geletterd te zijn?

De centrale vaststelling van deze studie is misschien eenvoudiger dan ze op het eerste gezicht lijkt.

 

Leerkrachten erkennen het belang van democratie, burgerschap en Europa. Toch voelen velen zich slechts beperkt voorbereid om daarover les te geven. Europese thema's verschijnen daardoor vaak toevallig in de les, eerder dan als onderdeel van een bewust pedagogisch project.

 

Dat leidt tot een fundamentele reflectievraag voor scholen en beleidsmakers:

Als we verwachten dat jongeren op zestienjarige leeftijd bewust deelnemen aan Europese democratie, hoeveel aandacht besteden we dan eigenlijk aan de Europese geletterdheid van de volwassenen die hen daarop moeten voorbereiden?

emin huric u540ac0G2qw unsplash

Meer weten?

Wil je meer weten over de vragenlijst, de EU-quiz, de correlatieanalyses en de aanbevelingen voor scholen en lerarenopleidingen?

 

👉 Lees dan de volledige masterproef "Kennis van onderwijzend personeel in het secundair onderwijs over de Europese Unie (EU-geletterdheid)" van Astrid C. Fischer. De studie biedt een originele inkijk in een vaak vergeten dimensie van burgerschapsonderwijs: niet wat leerlingen weten over Europa, maar wat hun leerkrachten weten.