Leestijd: ± 5 minuten
Wanneer student-leraars aan de VUB hun stage afronden, krijgen ze geen klassiek reflectieverslag of toets. In plaats daarvan maken ze een digitaal verhaal over een ervaring uit hun stage die hen geraakt of aan het denken heeft gezet. Dat leidt tot korte video’s: soms rommelig en spontaan, soms zorgvuldig gemonteerd, maar altijd authentiek. In die verhalen zie je hen niet alleen vertellen, maar denken: zoeken, twijfelen, verbinden. Je ziet hen bijna hardop leren.
Voor deze masterproef werden 24 digitale verhalen geanalyseerd met een evaluatietool voor kritisch denken. De analyse focuste op vijf denkvaardigheden:
- interpreteren
- analyseren
- evalueren
- inferenties maken
- uitleggen
De resultaten tonen een rijk leerproces mét duidelijke sterktes én groeipunten.
1. Een verhaal dwingt tot betekenis geven
Student-leraars blinken opvallend uit in interpretatie. Ze leggen begrippen uit, verwijzen naar bronnen en formuleren spontaan hypotheses, ook zonder dat het expliciet gevraagd wordt. Omdat ze een verhaal moeten opbouwen, moeten ze beslissen: Wat wil ik eigenlijk zeggen? Zo vraagt een student zich af: “Op welke manier kan ik mijn eigen diversiteit zo benutten dat het een bijdrage levert?”
Die vraag komt niet voort uit theorie alleen, maar uit iets wat ze écht hebben meegemaakt tijdens de stage.
Ook het gebruik van bronnen is doordacht. Studenten citeren literatuur of cursusmateriaal om hun observaties te kaderen. Ze evalueren die bronnen niet altijd kritisch, maar ze gebruiken ze wel als bouwstenen voor hun denkproces. Digital storytelling werkt dus als een katalysator: wie een verhaal maakt, moet onderbouwen, en gaat dus actief op zoek naar betekenis.
2. Sterke argumentatie en genuanceerde conclusies
Op het vlak van analyse tonen studenten veel maturiteit. Ze verbinden praktijkvoorbeelden aan theoretische inzichten en bouwen logische redeneringen op.
Een student die nadenkt over diversiteit, zegt:
“Onderzoek wijst op een negatieve correlatie tussen de kleurenblinde aanpak van scholen en de leerprestaties van niet-witte leerlingen.”
In één zin komen drie lagen samen:
- een persoonlijke ervaring
- een maatschappelijke analyse
- een wetenschappelijke onderbouwing
Conclusies zijn vaak genuanceerd en voorzichtig.
Bijvoorbeeld: “Met deze kennis in het achterhoofd durf ik te concluderen dat ik mijn eigen diversiteit niet als hindernis zie.”
Dat toont kritisch denken: studenten zien dat één ervaring geen absolute waarheid is, maar wel richtinggevend.
3. Waar het moeilijker wordt: bronnen beoordelen, alternatieven bedenken, onderzoeksdenken
Niet alle vaardigheden ontwikkelen zich even sterk.
Evaluatie: bronnen beoordelen
Studenten verwijzen vaak naar bronnen, maar leggen zelden uit waarom die betrouwbaar zijn. Ze herkennen autoriteit, maar doorgronden die nog onvoldoende. Ze citeren, maar evalueren niet.
Inferentie: alternatieve oplossingen
Hier scoren ze het laagst. Slechts een minderheid denkt actief na over meerdere verklaringen of mogelijke oplossingsroutes. De meesten blijven bij één logische redenering — wat begrijpelijk is, want een verhaal volgt meestal één lijn.
Uitleg: onderzoeksopzet en resultaten
Bijna niemand legt onderzoeksopzetten uit of bespreekt data.
Maar wanneer dat wél gebeurt, krijgt het verhaal merkbaar meer diepgang.
Een student vertelt bijvoorbeeld dat slechts 32% van de klas slaagde op een test, en koppelt die cijfers aan haar onderzoeksvraag. Die koppeling van data aan praktijk is precies wat de werkvorm nog sterker zou kunnen maken.
4. Waarom werkt digital storytelling zo krachtig?
Digital storytelling stimuleert denken-in-actie. Studenten moeten:
- een ervaring kiezen
- een perspectief bepalen
- onderbouwen met theorie
- verwoorden wat het voor hen betekent
Doordat ze zichzelf horen praten, wordt hun denkproces zichtbaar. Het narratieve karakter verbindt emoties, inzichten en theorie met elkaar.
Daarnaast is er de intrinsieke motivatie: studenten kiezen thema’s die hen echt bezighouden, zoals racisme, differentiatie, historisch bewustzijn, formatief evalueren. Die persoonlijke betrokkenheid zet hen vanzelf aan tot kritisch onderzoek.
Wanneer een student vraagt:
“Waarom gaan we voor WO I wel naar Ieper, maar voor andere onderwerpen niet naar de plekken die ertoe doen?”, hoor je meer dan nieuwsgierigheid. Je hoort pedagogisch engagement.
5. Wat betekent dit voor lerarenopleidingen en scholen?
Digital storytelling is bijzonder effectief om bepaalde onderdelen van kritisch denken te stimuleren, zoals:
- hypotheses formuleren
- argumenten structureren
- genuanceerde conclusies trekken
Maar voor andere onderdelen is extra ondersteuning nodig:
- bronnen beoordelen
- alternatieve oplossingen analyseren
- onderzoeksdenken toepassen
Gerichte vragen, korte feedbackmomenten of een kleine interventie kunnen al een groot verschil maken.
Ook scholen kunnen er veel aan hebben: Leerlingen die digitale verhalen maken, tonen vaak verrassende diepgang. Niet omdat ze theorie herhalen, maar omdat ze betekenis geven aan hun eigen ervaring.
6. Verhalen tonen denken
De belangrijkste conclusie van deze masterproef:
digitale verhalen laten zien hoe student-leraars denken, niet alleen hoe ze lesgeven. Ze tonen:
- sterktes zoals interpretatie en analyse
- groeipunten die je in een klassiek reflectieverslag niet zou zien
Digital storytelling maakt kritisch denken zichtbaar, bespreekbaar en begeleidbaar. Uiteindelijk tonen de verhalen de leraar in wording: iemand die zoekt, aarzelt, nuanceert, onderbouwt — en leert door te vertellen.